Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Nieuws "Sprinklers zijn 24-uurs brandweermannen"

"Sprinklers zijn 24-uurs brandweermannen"

Zes vragen over brandveiligheid aan Ing. Leo Porrio, coordinator Risk Control Property bij Amlin Corporate Insurance.

De overheid kiest voor een andere benadering van het brandveiligheidsvraagstuk. Niet langer prevaleert regelgericht denken en handelen maar risicogericht regelen en handelen. Vindt u, als vertegenwoordiger van de verzekeraars, die verschuiving een goede ontwikkeling?

"De regelgeving van de overheid is gebaseerd op minimumeisen. Risicogericht denken gaat echter verder dan de minimumeisen. Als verzekeraar vind ik de minimumeisen onvoldoende. De minimumeisen van de overheid zijn gebaseerd op de persoonlijke veiligheid van mensen in gebouwen. Het veilig ontvluchten. Dat is echter onvoldoende om het gebouw in stand te houden. Als verzekeraars streven we naar de combinatie van persoonlijke veiligheid en het in stand houden van het gebouw. Neem de brand bij TU Bouwkunde in Delft. Daar vielen geen slachtoffers, maar dat er een gebouw verloren ging van 140 miljoen euro was voor de overheid geen issue. Uiteindelijk leidt het echter wel tot hogere premies voor iedereen. De overheid zou daarom meer nadruk moeten leggen op het belang van het in stand houden van een gebouw en niet alleen op de persoonlijke veiligheid. Ik zie wel de omslag van regelgericht naar risicogericht, maar zie nog geen 'vertaling' ervan in de praktijk, Zo is de controle nog steeds vaak niet afdoende, terwijl die essentieel is. Bouw- en Woningtoezicht moet de bouwtekeningen controleren, maar ook de toepassing in de praktijk."

Wat betekent die omslag, naar risicogericht denken en handelen, voor betrokken disciplines, zoals architecten, bouwers en beheerders van gebouwen? Verwacht u vanuit genoemde disciplines meer aandacht voor Fire Safety Engineering? Staan verzekeraars positief tegenover FSE?

"In de architectenopleiding werd te lang te weinig aandacht besteed aan brandveiligheid. En ook Fire Safety Engineering is lang een ondergeschoven kindje geweest. Door de stap naar FSE krijgt de architect meer oog voor het brandveiligheidsvraagstuk. Branden ontstaan niet op de tekentafel. Opdrachtgevers bezuinigen vaak de brandveiligheidsvoorzieningen weg die de architect in het ontwerp heeft opgenomen. De overheid moet uiteindelijk via regelgeving - gericht, zoals ik eerder zei op persoonlijke veiligheid en het in stand houden van gebouwen - maar vooral ook door toezicht op de uitvoering en strenge controle vooraf de brandveiligheid afdwingen bij betrokken partijen, van opdrachtgevers tot en met bouwbedrijven.
In dit verband wil ik ook graag Brandveilig Bouwen Nederland noemen. BBN pleit voor intrinsiek veilige materialen. Als architecten dat advies zouden opvolgen, maken we al een forse sprong voorwaarts. Het gaat dan om bijvoorbeeld de inzet van de brandveilige materialen en producten. Als je vanuit die invalshoek naar gebouwen kijkt, verbaast het je dat er zo weinig sprinklerinstallaties in gebouwen (ook woningen) worden geïnstalleerd. Sprinklertechnologie is 'proven technology' (de techniek bestaat al 200 jaar), maar in de bouw- en ontwerppraktijk is de sprinkler nog onderbelicht. Terwijl je door sprinklers meer ontwerpvrijheid hebt (want je kunt ontwerpen zonder het obstakel van de compartimentering). Je ziet overigens wel in de nieuwbouw en in de bestaande bouw een kentering. Significant bijvoorbeeld is de opkomst van Life Safety Sprinklers. Voorbeelden van projecten met Life Safety Sprinklers zijn een etagebouwproject in Goes en het verzorgingstehuis Zonnehuis in Zwolle. Het is een prima oplossing, die zorgt voor intrinsieke veiligheid; met name
wanneer mensen zoals in een verzorgingstehuis minder zelfredzaam zijn. Ik pleit er voor om de Life Safety Sprinklers op te nemen in het Bouwbesluit. In feite zijn sprinklers '24-uurs brandweermannen'. Bovendien kun je erdoor besparen op materiaal voor compartimentering."

Naar aanleiding van een grote brand in 2008, waarbij dertien woningen van Ymere in Hoofddorp in korte tijd in vlammen op gingen - en een vergelijkbare woningbrand in Zaandam - staat brandveiligheid in de bestaande woningvoorraad met stip genoteerd. Is het niveau van brandonveiligheid van de getroffen woningen in Hoofddorp een uitzondering of exemplarisch voor de rest van het land? Wat zou gedaan moeten worden om het niveau van brandveiligheid van de voorraad naar een - ook voor verzekeraars - acceptabel niveau te krijgen?

"Bij branden in bestaande bouw ligt de oorzaak vaak bij later aangebrachte aanpassingen, die onvoldoende veilig zijn. Overigens kun je in zijn algemeenheid stellen dat het brandveiligheidsniveau in de bestaande bouw redelijk is. Als je bijvoorbeeld kijkt naar branden in portiekwoningen, dan valt de schade mee. De brand beperkt zich vaak tot een paar etagewoningen. Een van de oorzaken voor het redelijke brandveiligheidsniveau in de bestaande bouw is dat er veel betonbouw is toegepast. Galerij- en portieketageflats uit de wederopbouw zijn betonnen dozen, met woningen die goed van elkaar zijn gescheiden. Het wordt een ander verhaal wanneer op die betonnen dozen een nieuw dak wordt gezet met grote gaten tussen de woningen. Daarmee wordt de brandscheiding doorbroken. Dan krijg je het effect van de Schipholbrand. Mijn voornaamste advies bij aanpassingen aan bestaande bouw is dan ook: hou je gaten dicht en zorg ervoor dat de compartimentering intact
blijft!"

Er is veel te doen over brandveiligheid van isolatiematerialen. Efectis bijvoorbeeld is betrokken bij een onderzoek naar brandveiligheid en isolatiematerialen. Wat is uw standpunt? Pleit u voor verbod om significant brandonveilige materialen toe te passen?

"De Euroklasse-indeling moet daarin maatgevend zijn. De Euroklasse is verdeeld van A1 (hoog) tot en met E (laag). Op basis van de Euroklasse zouden de isolatiematerialen met de hoogste score meer toegepast moeten worden. De producenten van kunststof isolatiematerialen spreken in dit
verband vaak over de 'enduse'-situatie: hoe zit het materiaal verwerkt in het eindstadium. Maar dan moet je wel aan veel randvoorwaarden voldoen."

Schoolgebouwen staan in het brandpunt van de belangstelling. Met name vanwege het zeer onge-zonde binnenklimaat - Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol luidde hierover vorig jaar de noodklok. Door de grote media-aandacht, juist voor het binnenklimaat, raken andere relevante kwaliteiten wellicht op de achtergrond. Want hoe staat het bijvoorbeeld met de brandveiligheid in schoolgebouwen? Wat komt u in de praktijk tegen en welke maatregelen zijn nodig. Is ook op dit punt een deltaplan van node?

"Bij scholen laat de kwaliteit van de bouw op het punt van brandveiligheid nog veel te wensen over, Weliswaar vallen er geen slachtoffers, maar er branden wel jaarlijks honderden scholen af. Architecten bouwen vaak scholen, waarbij ze niet voldoende nadenken over brandveiligheid. Een verklaring? Architecten hebben teveel aandacht voor het visuele aspect.
In Engeland eist de overheid dat scholen gesprinklerd worden. Dat zou Nederland ook moeten doen. Het is prima haalbaar, zowel technisch als financieel. Momenteel zijn we met veel gemeenten bezig om scholen in de zomervakantie (brand)veiliger te maken. Door toezicht en maatregelen die vandalisme tegengaan. Een afgebrande school betekent namelijk niet alleen kapitaalvernietiging, maar ook dat kinderen vaak lange tijd in noodlokalen moeten worden ondergebracht."

Wat zijn uw bevindingen ten aanzien van het onderwerp brandveiligheid als het gaat om de uitvoering. Met name het brandveilig werken op daken roept vragen op. Schiet de regelgeving op dit punt te kort?

"De regelgeving ten aanzien van brandveilig werken op daken is goed. Wij stellen als verzekeraars ook eisen. In de polis staat een clausule 'brandveilig werken', die eist dat je een vergunningssysteem gebruikt. Dat is in feite een A4-tje, dat de opdrachtgever moet gebruiken om de dakdekker te controleren, Daarin staat ondermeer dat er blusmateriaal op het dak moet zijn en dat een dakdekker in geval van problemen een telefoon bij zich moet hebben. Ook moet er een
nacontrole zijn. Niet naleven van die regels leidt bij de opdrachtgevers tot een hoger eigen risico en bij de dakdekker tot een hogere premie voor zijn aansprakelijkheidsverzekering. Ik kom weer terug op mijn stokpaardje: ook op dit punt is controle de bottleneck! Als je bestaande regels goed handhaaft is er niets aan de hand."

(Stedebouw & Architectuur, 30 september 2010)

Document acties